ISOZZON_LOGO_TITELWIT_RGB_LOS_PNG

Forum

Wilt u terug naar het forum?
Klik op de onderstaande knop

Home

Wilt u naar home?

Klik op de onderstaande knop

Leden

Voor de specialisten van het oncologie netwerk van de regio ZuidOost Nederland

Forum

Wilt u terug naar het forum?
Klik op de onderstaande knop

Home

Wilt u naar home?

Klik op de onderstaande knop

Leden

Voor de specialisten van het oncologie netwerk van de regio ZuidOost Nederland

Corona – Volkskrant 20 april 2020

Na anderhalve maand van ‘alle ballen op corona’ kan en moet de reguliere zorg weer op gang komen. Gewoon de draad oppakken gaat niet, nu er honderdduizenden afspraken zijn afgezegd. Hoe herstart je de zorg? 

Michiel van der Geest

Er gebeuren vreemde dingen in het Tilburgse Elisabeth-Tweesteden Ziekenhuis. In de afgelopen weken, toen het coronavirus het wildst om zich heen greep en het volledige ziekenhuis op het verzorgen van de pandemie-patiënten was gericht, kwamen er nauwelijks andere patiënten het ziekenhuis binnen. Verdwenen, tot grote verbazing van de artsen.

Nu het aantal coronapatiënten wat lijkt af te nemen en er enige ruimte ontstaat op de intensive care en de andere afdelingen, komen er weer slachtoffers van ongevallen binnen. Patiënten met hersenletsel, patiënten bij wie meerdere organen zijn uitgevallen, zelfs brandslachtoffers: ze zijn weer terug. ‘Allemaal patiënten met acute problemen van wie we niet snappen waar ze de afgelopen weken gebleven waren’, zegt Bart Berden, bestuursvoorzitter van het ziekenhuis.

Deze patiënten zijn de eerste golfjes van het stuwmeer aan zorg dat ziekenhuizen, huisartsen, fysiotherapeuten en tandartsen moeten zien weg te werken nu de reguliere zorg weer op gang kan komen, na anderhalve maand nagenoeg helemaal stil te hebben gelegen. Ziekenhuizen zegden afspraken en operaties af om zich op de bestrijding van het virus te kunnen richten, tandartsen konden door het besmettingsgevaar hun reguliere werk niet meer uitvoeren, huisartsen meldden lege wachtkamers omdat patiënten uit angst voor het virus niet meer naar de praktijk durfden te komen.

Die herstart kan niet wachten. ‘We zijn verplicht’, zegt huisarts Bart Meijman uit Amsterdam, ‘om te kijken hoever we kunnen gaan in het

loslaten van de coronamaatregelen. Daarbij moeten we een zeker risico durven nemen.’ Want, zegt hij, ‘vanuit maatschappelijk én medisch perspectief is de schade die wordt aangericht door de maatschappij en de zorg vrijwel lam te leggen buitensporig groot’.

Om het medisch te houden: als een patiënt een aneurysma heeft, een verwijding van een bloedvat dat steeds iets groter wordt, maar de operatie wordt steeds uitgesteld, dan wordt ook de kans dat het vat knapt steeds groter. Of dat verdachte plekje blijkt straks toch kanker te zijn. ‘Als we dan over vier maanden terugkijken en het blijkt al die tijd niet onderzocht, dan is dat heel moeilijk te verkroppen. Daarvan moeten we ons bewust zijn.’

Maar de zorg herstarten na de coronacrisis is niet een kwestie van control-alt-delete en dan opnieuw beginnen. Het vergt een omvangrijke logistieke operatie én een nieuwe manier van werken.

 

De problemen

1. De hoeveelheid

Het is logisch, zegt Dianda Veldman, directeur van de Patiëntenfederatie, dat in het begin van de crisis ‘bijna in paniek alle afspraken zijn afgezegd’. Ziekenhuizen konden niet anders dan zich vol op het virus storten, het zorgsysteem moest in een oogwenk volledig worden omgegooid.

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft de hoeveelheid zorg in kaart gebracht die moet worden ingehaald. De afgelopen weken zijn 360 duizend mensen minder verwezen naar de ziekenhuizen dan een jaar geleden in dezelfde periode. Nog eens 290 duizend mensen hadden al een afspraak staan, maar konden door de coronacrisis niet worden geholpen.

De terugval in zorg is in alle twaalf de provincies ongeveer even groot en is voor alle medische specialismen fors. Zo werden driekwart minder kinderen naar een kinderarts doorverwezen, daalde het aantal

doorverwijzingen in de cardiologie met ongeveer tweederde en zagen dermatologen zelfs 90 procent minder patiënten.

Ziekenhuisbaas Berden: ‘En elke dag wordt de achterstand groter.’

2. De dubbele agenda

Een ander probleem bij de herstart: er mag in Nederland geen tweedeling ontstaan tussen wie wel en niet zorg kan ontvangen. De regionale verschillen zijn groot in de coronacrisis: in provincies als Groningen, Friesland, Drenthe, maar ook Zeeland komen hooguit enkelen per dag in het ziekenhuis terecht door het virus. Dat is – en vooral was – in Brabant, Limburg, en Zuid- en Noord-Holland wel anders.

Om te voorkomen dat de Groningers alweer fluitend het ziekenhuis uitlopen na een geplande liesoperatie, terwijl de Brabanders nog niet terechtkunnen voor een ingewikkelde oncologische behandeling, moeten coronapatiënten ook nu nog over het land worden verdeeld. Het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding kwam daarom vorige week met een verdeelmodel, waarin nog eens vijftig tot zestig patiënten van ziekenhuis moesten verwisselen. Zo was de ruimte voor alle regio’s om weer met de reguliere zorg te beginnen ongeveer even groot. Die ruimte wordt vanaf nu elke dag in de gaten gehouden en zo nodig moeten coronapatiënten verkassen.

Het model liep een paar dagen vertraging op en die vertraging laat zien dat de zorg in een nog lastiger fase is terechtgekomen. Berden: ‘In de eerste fase was het: alle ballen op corona. Nu willen andere patiënten ook weer graag zorg, willen zorgverleners weer hun eigen zorg leveren. De belangen gaan elkaar wat meer tegenstaan.’

3. Het personeel

Al voor de crisis hadden de verpleegkundigen in het ziekenhuis het zwaar. De werkdruk was hoog, het burn-outpercentage en het ziekteverzuim ook. ‘Ik maak me zorgen’, zegt Gerton Heyne, interim-voorzitter van belangenvereniging V&VN, ‘of ziekenhuizen zich voldoende rekenschap geven van het heftige werk, vooral mentaal, dat alle verpleegkundigen de afgelopen maanden op de ic’s en de verpleegafdelingen hebben moeten leveren.’

Zij werkten extra diensten, lange diensten, zagen mensen onverwachts voor hun ogen doodgaan, werkten met de angst zelf besmet te raken of anderen te besmetten. Uit China komen wetenschappelijke artikelen met angstaanjagende cijfers over het zorgpersoneel: 75 procent heeft symptomen van depressie, 40 procent angstklachten, 30 procent slaapproblemen.

Het belang van het goed begeleiden van de overgang van coronazorg naar reguliere zorg ‘kan niet worden onderschat’, zegt Heyne. ‘Anders hebben we op de iets langere termijn een nog veel grotere uitval van personeel.’ Verpleegkundigen moeten daarom op vakantie kunnen, zegt hij. ‘Het kan niet dat zij hun overuren de komende tijd niet kunnen compenseren of dat hun verloven opnieuw worden ingetrokken.’

De oplossingen

Fenna Heyning, van huis uit internist, is directeur van de vereniging van Samenwerkende Topklinische opleidingsZiekenhuizen (STZ). Meteen toen de zorg op slot ging ‘dropte ik in een paar Whatsapp-groepjes dat we ook moesten gaan nadenken hoe we de zorg zouden gaan herstarten’. Daar vond ze op dat moment geen gehoor, de artsen en ziekenhuisdirecteuren hadden wel wat anders aan hun hoofd.

Dat veranderde toen onderzoeksbureau Gupta eind maart becijferde dat de crisis 3,5 miljoen patiëntcontacten per week in rook liet opgaan. Samen

met een verpleegkundige, een consultant, en een cardiologiemanager vormde Heyning een team dat – nadrukkelijk op persoonlijke titel – via Zoom, WhatsApp, mail en LinkedIn tientallen artsen, consultants en strategen zover wisten te krijgen binnen een week een draaiboek in elkaar te timmeren om weer uit de crisis te komen. Eén ding daarbij is zeker: ‘Dit stuwmeer halen we niet in met business as usual of een tandje harder werken.’

1. Geen zorg leveren die niet nodig is

Als het stuwmeer eenmaal in beeld is, zullen ziekenhuizen allereerst moeten beoordelen welke zorg daarvan niet nodig is. ‘Hier verzinnen we niets nieuws’, zegt Heyning. De afgelopen jaren hebben wetenschappelijke artsenverenigingen en organisaties zoals het Zorginstituut al veel behandelingen in kaart gebracht die artsen beter achterwege kunnen laten, omdat is bewezen dat ze niet werken – maar die door financiële belangen of de macht der gewoonte toch werden uitgevoerd.

Ziekenhuisbestuurder Berden, die ook hoogleraar is, wil uitzoeken welke zorg de afgelopen maanden niet is geleverd zonder dat dit tot problemen heeft geleid. ‘Het is veel te eenvoudig om te veronderstellen dat dit alleen voor plastische chirurgie geldt. Als we deze kans niet pakken, hebben we iets niet goed gedaan.’

2. Lever zorg digitaal, tenzij dat niet mogelijk is

Het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam, gespecialiseerd in kanker, is misschien wel het enige ziekenhuis van Nederland dat, met hulp van omliggende ziekenhuizen, coronavrij is gebleven. Juist omdat het zo’n specifiek ziekenhuis is voor de meest kwetsbare patiënten, hebben de artsen en verpleegkundigen alles op alles gezet om het virus buiten de deur te houden.

Dat betekent ook: zo veel mogelijk digitale zorg, gesprekken niet op de polikliniek maar via de webcam. Medisch directeur Emile Voest: ‘Oncologen zijn gewend intensieve gesprekken te voeren. Wat ik nu zelf zie tijdens mijn spreekuren is dat dit digitaal vaak goed gaat. Voor veel mensen is het, zeker bij gunstige uitslagen, geen bezwaar. Al blijft het heel vervelend om een jong iemand digitaal te moeten vertellen dat alle opties zijn weggevallen.’

Toch, zegt Voest, we hebben van deze crisis geleerd. ‘We kunnen meer met digitale hulpmiddelen dan we dachten.’

‘Heel verfrissend’, vindt huisarts Meijman die beweging. ‘Het nut van al die routinecontroles in de ziekenhuizen is twijfelachtig. Die waren gedeeltelijk ook dbc-gedreven (bedoeld om geld te kunnen declareren bij de zorgverzekeraar, red.), maar voor veel mensen belastend. Die moesten met een busje naar het ziekenhuis, daar twee uur wachten, en dan was het: hoe gaat het met u? Goed? Oké, doei! We creëerden zoveel ballast met z’n allen.’

Het gaat niet alleen om de (al bestaande) toepassingen van consulten via (beeld)bellen of monitoring op afstand, zegt STZ-directeur Heyning. De coronacrisis zag ook de doorbraak van de triage per app. Met de corona-app van ziekenhuis OLVG uit Amsterdam (en later veel meer ziekenhuizen) konden mensen zelf hun klachten invullen: een computer selecteerde de risicogevallen die later door een zorgverlener werden teruggebeld. ‘Voorheen zeiden de longartsen en intensivisten: alleen wij kunnen de juiste inschatting maken. Nu komen zij erachter dat computers veel meer kunnen dan zij vermoeden.’

3. Bedenk welke patiënt je waar op welk moment zult helpen

Als duidelijk is hoeveel ruimte er straks weer is in de ziekenhuizen, en hoeveel operatiekamers weer open mogen, zullen de artsen in de

ziekenhuizen bepalen wie het eerste aan de beurt is. Waarbij uiteraard geldt: hoe acuter de ziekte, des te sneller je wordt geholpen.

Dat wordt nog een hele klus, zegt ziekenhuisbaas Berden. ‘Ik heb de lijst gezien van de honderd patiënten die wachten op een neurochirurgische operatie. Daar zitten vreselijke dingen bij, mensen met helse pijnen. Dat vinden wij nu acuut. Een schoonheidsknobbeltje is echt nog heel lang niet aan de orde.’

In die keuzes moeten ziekenhuizen ook rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van hun patiënten, vinden de opstellers van het draaiboek. Een moeder van drie kinderen zal nu wellicht zeggen: doe mijn operatie maar even niet. Terwijl het voor een horecamedewerker nu juist wel uitkomt.

Ook als deze stappen zijn genomen, zal er nog een bulk aan zorg zijn die een ziekenhuis niet aankan. Dan is het tijd om over de muren van het eigen ziekenhuis heen te kijken, zegt Heyning, en zullen ziekenhuizen binnen dezelfde regio zorghandelingen moeten verdelen. ‘Dit is het ideale moment om regionale samenwerkingsverbanden te versnellen.’

Dat zal raden van bestuur misschien zenuwachtig maken, denkt Heyning, ‘maar als ze erachter komen dat hun oncologiewachtlijsten verschrikkelijk lang zijn geworden, en ze zien de schaarse middelen en de de uitgeputte verpleegkundigen, dan zullen de ziekenhuizen tegen elkaar moeten zeggen: als jullie nou de neurologie doen, dan pompen wij het oncologie-stuwmeer leeg.’

Ook Bart Berden ziet daar kansen: ‘Ziekenhuizen zijn in de afgelopen vijftien jaar gedrild met de boodschap dat ze elkaars concurrent zijn. Dat marktdiscours zit ons in de weg. Deze crisis zullen we samen moeten oplossen. We zullen de last tussen alles en iedereen moeten verdelen.’

Geef een reactie